Vandaag, 27 juni,
is het vol op zomer in Rome. Wat een geweldige stad! Het centrum staat vol met
gezellige terrasjes en overheerlijke ijskraampjes. Het felle zonlicht laat de
gebouwen glanzen en maakt alle kleuren intenser. De sfeer is op en top
romantisch. Maar je moet wel heel goed kijken om die sfeer nog te kunnen zien.
Overal waar je kijkt zie je namelijk in hijgende, het zweet badende, dorstige
toeristen. Velen vechten om een plekje in de schadauw, welke schaars zijn door
de hoogstaande zon.
Omdat we morgen
naar zee gaan met wat vrienden heb ik voorgesteld pastasalade te maken. Wel zo
fris en gemakkelijk. Helemaal doordacht had ik mijn voorstel niet. Om 11 ‘s morgens
bevind ik mij opeens achter het fornuis roerend in een pan kokend water. Gadverdamme
wat is het heet. Alles plakt en mijn enkels zijn twee keer zo dik als normaal. Zuchtend
snij ik de mozzarella in stukken. Na het koken van de pasta besluit ik veder te
schrijven aan mijn scriptie. Hierbij moet je weten dat wij niet een appartement
bezitten met uitzicht op het Colosseum en met dakterras inclusief klimplanten
en een olijfboompje. Iets wat mensen zich wel vaak inbeelden als ik vertel dat
ik gedeeltelijk in Rome woon. Ons appartement bevindt zich in een achterwijk
van Rome, nog net bij de laatste metro halte van lijn A, Battistini. Als ik zo
een goede huisvrouw als de buurvrouw zou zijn, zou ik elke dag de ramen lappen
om de zwarte aanslag er af te halen. Constant rijden er auto’s langs en wordt
er getoeterd en geschreeuwd. Om de hitte buiten te houden zijn de luiken dicht,
en leef ik zo ongeveer in het licht van mijn computer. De romantiek is ver te
zoeken. Het schrijven wil niet echt lukken. Zelfs de warmte die mijn laptop uitstraalt
is onuitstaanbaar. Het is inmiddels vijf uur. Om toch nog wat daglicht gezien
te hebben neem ik de metro naar het centrum. Op zoek naar een nieuwe zonnebril.
In de metro is de lucht zo benauwd dat het lijkt als of je je er een weg door
moet banen. Bij piazza del popolo stap ik uit. Fout. Het plein, en vooral ook
de winkelstraat staat vol protesterende mensen. Ze protesteren tegen de hoge
snelheidslijn. Ik vind het heel goed dat het Italiaanse volk de laatste maanden
steeds meer van zich is gaan laten horen. In een democratie moet je niet alleen
een stem hebben, maar hem ook laten horen. Maar goed komt het me vandaag niet
uit. Tussen de zwetende lijven vecht ik me een weg naar de H&M. Binnen is
het stil en koel. Te koel eigenlijk want ik weet nu al dat het een klap gaat
worden als ik weer naar buiten stap. Gelukkig, een leuke zonnebril hebben ze
wel. Terug neem ik de metro van piazza di spagna, de protesten ontwijkend. Veel
maakt het niet uit, want deze kant op moet ik me door de toeristen heen werken.
Weer thuis voelt het alsof ik een marathon gelopen heb. De hitte is iets
minder, maar het blijft plakkerig. Waar is de romantiek in Rome?
Om half negen
komt mijn vriend thuis. Hij heeft een fles witte wijn en twee pizza’s bij zich.
In de keuken en de koele lucht van de nacht eten we de pizza en drinken we de
wijn. Een citronella kaars verspreidt een akelige geur om de muggen weg te
houden. En voldaan zuchtend denk ik: “dit is de romantiek van Rome”.
Motie van Wantrouwen in Italie
politiek
|
15 December 2010 | 12:30:15
Ik zit in de trein met een kopje koffie en een croissantje. De trein rijdt
wonderbaarlijk genoeg op tijd en ik geniet van het uitzicht over de zonnige
weilanden terwijl ik door de Next blader. Het kinderlijke gevoel van blijdschap
om dat ik met de trein reis wordt al snel verstoort.
Een artikel over de motie van wantrouwen in Italië slurpt mij op. Bij de
gedetailleerde omschrijving van de protesten krijg ik tranen in mijn ogen.
Ik schrik er van. Wat is het dat mij hier zo aan roert? De gewelddadige demonstraties
zijn zo sterk in contrast met het oude Rome. Ik sta totaal achter de motieven
van de demonstranten maar om mij een menigte voor te stellen die alles sloopt
wat het tegen komt laat mij slikken. De schoonheid van Rome zou beschermt
moeten worden als ware het een museum. De foto bij het artikel laat een vechtende
menigte zien. Agenten tegen burgers. Uit het onderschrift maak ik op dat
de foto is genomen op 'piazza del popolo', één van de mooiste pleinen van
Rome, onherkenbaar in de chaos.
Onbegrijpelijk vind ik het dat een land in de Europese Unie, sterker nog,
een mede oprichter van de Europese Unie zo ondemocratisch kan zijn zonder
dat er wordt ingegrepen.
Het Europees ideaal vaalt.
Bij de stemming over de motie van wantrouwen komen enkele oppositie leden
niet opdagen omdat ze ziek zijn. Ik hoef geen onderzoek te doen om te kunnen
concluderen dat het om pure maffia omkopingen gaat. Hoe pijnlijk het ook
is dat zo een situatie binnen de EU kan ontstaan, de oplossing zit hem alleen
nog maar in het Italiaanse volk zelf. De slapende, naïeve Italiaan heeft
het al veel te ver laten komen. Jaren lang hebben ze over zich heen laten
lopen terwijl ze zichzelf voorhielden dat als de premier het zo goed had,
zij er zelf ook wel beter van zouden worden. Het is tijd dat zij wakker worden
en de democratie in ere herstellen. Een echte democratie bestaat in mijn
ogen slechts in een land met een actief volk. Ik hoop dat het snel gaat gebeuren.
Italië is toe aan een kleine revolutie en heeft het nodig om weer te kunnen
dromen over een toekomst.
Vandaag voelt de
lucht voor de eerste keer van het jaar als winter. Ondanks de strak blauwe
lucht is het zonnetje waterig. Er staat geen wind. Met mijn tante van 92 drink
ik een kop hete chocolademelk. Één van haar beste vriendinnen is net overleden
verdrietig maar ook bangig verteld ze er over. Haar vriendin was 88 en ze hoort
een heleboel mensen zeggen dat dat toch een hele mooie leeftijd is. Zelf vindt
ze het helemaal geen mooie leeftijd! Ze is al 4 jaar ouder maar nog helemaal niet
klaar om dood te gaan. ’s Nachts durft ze niet te gaan slapen omdat ze bang is
niet meer wakker te worden. ‘Al je hele leven weet je dat je een keer dood zult
gaan’, verteld ze, ‘maar hoe dichter bij het moment komt, hoe minder je er in
wilt geloven’. In God gelooft ze niet echt, maar ze zou het wel heel fijn
vinden als ze straks haar zus en vrienden weer ziet.
Ik ben zelf niet
zo heel bang voor de dood. Misschien komt het wel omdat het voor mij nog zo ver
weg voelt. Tuurlijk, ik kan ook opeens ziek zijn en dan zomaar opeens dood. Of
een ongeluk hebben. Maar dat zijn dingen waar je niet van uit gaat. Eigenlijk
ben ik er ook wel een beetje nieuwsgierig naar “de dood”. Als er straks niks
meer is, maakt ook niks meer uit. En als er nog wel iets is dan lijkt me dat
behoorlijk interessant. Volgens mij zit het probleem van de dood voor de persoon
die sterft in het feit dat hij gaat, en voor de achterblijvers in het feit dat
hij weg is. Dood gaan is moeilijk omdat je afscheid moet nemen, omdat je los
moet laten. Dood zijn is volgens mij helemaal niet meer erg. Voor de
achterblijvers is het anders. Zij zitten met een gat. Eigenlijk is het een
soort van hebberigheid. Mensen willen dan meer van de persoon die er was. Dat
die persoon er überhaupt is geweest is eigenlijk al heel erg mooi. Iemand die
iets heeft kunnen toevoegen aan de wereld. Iemand die van anderen heeft kunnen
houden en andersom. Elk moment is iets om gelukkig mee te zijn. En al weet ik
niet aan wie, ben ik dankbaar voor ieder moment dat ik leef en mijn dierbaren
om mij heen heb.
Ik geloof, geloof
ik, niet echt in reïncarnatie, maar ik vind het idee dat je naar een volgend
leven veder gaat als je in je huidige leven verzadigd bent wel heel mooi. Als
je in je huidige wereld niks meer te leren hebt en niks meer voor anderen kunt
betekenen ga je veder. Veder met leven, veder met leren. Dat iemand er niet
meer is betekend niet dat hij geen invloed meer heeft. Dat gaat gewoon door.
Minder direct misschien maar je blijft in de wereld bestaan tot dat niemand
zich je meer herinnert, en zelfs dan kan je nog invloed hebben.
Toch is het
verdriet om iemands verlies iets wat uit je diepste binnen komt. Iets
instinctiefs. Ongelofelijk sterk en oncontroleerbaar. Onbeheersbaar. Misschien
is het wel de diepste vorm van pijn.
Zou de mens in
zijn diepste zijn weten wat de dood is? Als we het echt zouden weten zou het
waarschijnlijk het leven alleen maar ingewikkelder maken. Het gaat om nu, om
hier en om ieder moment.
Al een tijdje ben ik weer terug in Nederland. In het
afgelopen jaar in Italië heb ik heel veel geleerd over dat mediterrane land.
Met andere ogen kijk ik nu naar dat land. Er is letterlijk een wereld voor me
opengegaan. Lang niet alles wat ik nu zie is goed maar mijn band met Italië is
wel sterker geworden. Eigenlijk is dit best vanzelf sprekend. Deze drie zinnen
had ik ook voor mijn vertrek kunnen schrijven.
Waar ik eigenlijk veel verbaasder over ben is het land waar
ik in terug ben gekomen. Twee dagen na mijn terugkomst dacht ik ’s morgens even
naar het postkantoor te fietsen om mijn nieuw ov kaart op te halen. Het
postkantoor bestaat niet meer, ik kom voor een dichte deur te staan. Verbaasd
bel ik mijn zusje op waarom het postkantoor niet meer bestaat en waar zij dan
haar ov heeft opgehaald. In Nederland doen we niet meer aan postkantoren, zo
blijkt, en mijn zus stuurt me naar het winkeltje aan de andere kant van de stad
waar we altijd staatsloten kopen. Daar zou ik mijn ov kunnen ophalen. Aan de
toonbank kijkt de mevrouw verbaasd als ik om mijn kaartje vraag. Ze hebben wel
een oplaadautomaat maar het kaartje niet.
Thuis bel ik naar het 0900 nummer van de ib-groep. Een
mevrouw die slecht Nederlands spreekt legt mij de situatie uit. Wat blijkt: ik
had mijn kaartje aan moeten vragen. Verbaasd ben ik hier over want al een paar
maanden eerder heb ik op de ib-groep site aangegeven dat ik weer naar Nederland
kwam en vanaf 1 september weer van een ov kaart gebruik zou willen maken. In
het jaartje dat ik weg was is de ov chip ingevoerd en dat betekend dat ik de
kaart ook bij DUO (dient uitvoering onderwijs) moet aanvragen. Een beetje
dubbelop maar ik vind het helemaal niet erg de kaart ook bij DUO aan te vragen
en daarom bel ik meteen ook maar even naar het 0900 nummer van DUO. Bij DUO
krijg ik weer een slecht Nederlands sprekende mevrouw aan de telefoon, misschien
was het wel dezelfde, en zij verteld mij dat ik het aanvraag formulier om de ov
aan te vragen, telefonisch mag aanvragen. Binnen een week zal ik dan dat
formulier ontvangen en van af het moment dat ik het formulier terug stuur ontvang
ik dan mijn kaart binnen drie weken. Binnen DRIE weken??? Dat kan helmaal niet
want ik moet over een week weer elke dag naar de universiteit reizen.
Om een lang verhaal kort te maken; de slecht Nederlands
sprekende mensen van DUO zeggen dat het de schuld van de ib-groep is en
andersom. Ik erger me, wordt boos omdat beide me de reis niet willen vergoeden
tot ik de kaart heb, en hang meerdere malen op. Ik had hem op tijd aan moeten
vragen. Maar dan hadden zij mij wel moeten laten weten dat ik hem dubbel moest
aanvragen. Dat kan ik toch niet aanvoelen?! Belachelijk. Toevallig zie ik die
zelfde avond op tv dat dit niet het enige is wat er niet klopt aan het systeem
rond deze ov chip. 4x per week moet ik naar Amsterdam reizen. Een retourtje
kost bijna 15 euro. 15 x 4 x 3 is 180 wat betekend dat ik 180 euro kwijt ben
aan deze grap.
Met een kaartje van 15 euro zit ik in de trein. Nog steeds
balend van het feit dat ik die ov kaart nog niet ontvangen heb bedenk ik me dat
het eigenlijk ook een absurde vorm van controle is. Met die ov chip wordt
geregistreerd waar en wanneer een reiziger in en uit stapt. Ik wil helemaal
niet dat er geregistreerd wordt waar ik naar toe reis. Dat gaat niemand iets
aan. Als ik met de auto naar Amsterdam wil kom ik eerst door de traject
controle waar wordt gefilmd op welk moment ik daar rij en wie weet is er ook
wel op te zien met wie ik in de auto zit. Vervolgens zet ik mijn auto op een
plekje neer waarbij ik voor het parkeer bonnetje mijn kenteken moet geven zodat
er weer geregistreerd wordt waar ik ben en voor hoe lang ik daar ben. Als daar
straks ook nog een de km heffing bij komt wordt het onmogelijk in Nederland om
te reizen zonder dat je geregistreerd wordt. Dat is toch net Big Brother? Ik
heb op dit moment niks te verbergen, maar wat als er opeens een regering komt
die het niet eens is met mijn manier van leven, of nog erger, met mijn manier
van denken. In zo een geval zouden al deze geregistreerde gegevens opeens
levend bedreigend kunnen zijn. En de Nederlanders, de mensen die letterlijk
achtervolgd worden, niemand die er iets aan doen. Hier en daar klinken er wat
protesten maar de controle die wordt genomen is controle die wordt gegeven.
links en rechts
politiek
|
27 April 2010 | 11:43:36
Ik heb een
probleem met links en rechts. Als iemand mij zegt dat ik naar links moet
kijken, wil ik nog wel eens een paar seconden nodig hebben om mij te realiseren
welke kant ook al weer links is. En als ik in de auto te horen krijg dat ik
naar rechts moed is het mij meerdere malen gebeurd dat ik zonder twijfel links afsla.
Een vrouwenprobleem schijnt dit te zijn. Als klein meisje droeg ik een ring aan
mijn rechter wijsvinger en als ik moest weten waar rechts was voelde ik aan de
binnenkant van mijn hand met mijn duim aan mijn wijsvinger om zeker te zijn of
ik me niet vergiste. Natuurlijk is mijn links-rechts probleem niet meer zo
sterk als toen, maar een ring aan mijn linker wijsvinger is wel heel
verwarrend. Nog ingewikkelder is links-rechts in het Italiaans. Sinistra-destra
zorgt voor nog meer seconden in onzekerheid waardoor ik, voor in de auto, Dario
links-rechts in het Nederlands heb geleerd. Lastig alleen dat hij zich nu af en
toe vergist.
Ook Italië heeft
een probleem met links en rechts, een probleem dat nog veel groter is dan dat
van mij. Italiaans links is heel erg verdeeld, Italiaans rechts zit in het
midden en de dan overgebleven rechts is extreem. Bij mij gaat het slechts over
een paar seconden van verwarring, in Italië moeten we het hebben over decennia.
25 april is in Italië de nationale Bevrijdingsdag. Dit jaar viel dat op zondag
en zorgde het niet voor een extra vrije dag waardoor de meeste Italianen er
nauwelijks aan gedacht hebben. Wat werd er georganiseerd? Niks. Links was te
verdeeld om iets op te zetten; midden is eigenlijk al rechts en stond er liever
niet bij stil; rechts gaat toch zeker niet zijn eigen ondergang vieren?!
Dit kleine voorbeeld,
van dit grote probleem, toonde mij weer eens hoe onevenwichtig de politiek in
Italië is. Steeds vaker dit jaar gaat er door mijn hoofd dat Nederland zo erg
nog niet is, in ieder geval weet zij wat rechts en wat links is en zou zelfs
het uiterste puntje van rechts 5 mei niet afschaffen.
Bijna negen
maanden geleden reed ik weg vanuit Hoorn richting Italië wetend echter niet
beseffend dat ik een groot avontuur tegemoet ging. De dag zelf herinner ik me
nu al niet meer erg gedetailleerd maar het gevoel op het moment dat ik weg reed
weet ik nog precies. Maanden had ik uit gekeken naar dit moment. Eenmaal daar
was het toch moeilijker dan ik van te voren dacht. Het was als of ik weg liep
uit een deel van mijn leven waar ik nooit meer terug zou kunnen komen. Ik keek
uit naar dat wat voor me lag maar had liever niets achter me gelaten. Het
voelde alsof ik mezelf moest losscheuren.
Nu pas begin
ik mijn draai te vinden. Terug kijkend naar de afgelopen maanden zie ik een
achtbaan van emoties, gevoelens en gedachten. Grote gebeurtenissen zijn er niet
geweest, in zeker zin ben ik constant in het vertrouwde gebleven en toch kan ik
concluderen dat ik gelijk had toen ik weg reed. Dat wat er was, dat wat ik was,
is er niet meer. Een huis heb ik op verschillende plekken gevonden, een thuis
heb ik niet meer. Het gevoel van “thuis” vind ik nu in een kop thee of goede
muziek, momenten waarin ik me totaal kan ontspannen. Leven zonder mensen om je
heen die je door en door kennen zorgt er voor dat je meer naar je zelf moet
kijken. Kritischer ben ik geworden, realistischer en misschien ook wel
eerlijker. Een heleboel kleine dingetjes zijn één groot ding geworden en dat
ding heeft mij ongelofelijk veel geleerd.
Voor een
congres georganiseerd door verschillende universiteiten ga ik misschien
deelnemen aan een discussie over het nut van de Erasmus uitwisselingen. Dat is
dan ook de reden dat ik terug kijk naar de afgelopen negen maanden. Het nut? In
een paar korte zinnen zou ik het niet kunnen omschrijven maar nuttig is er
zeker. Bijna zou ik willen zeggen dat het verplicht zou moeten zijn. Iedereen
die studeert zou minstens 6 maanden naar het buitenland moeten gaan. Ik ben er
van overtuigd dat het de wereld een stukje beter zou maken. Het leert je om vanuit
een ander perspectief naar de wereld te kijken. Misschien zouden we Berlusconi
een jaartje aan de universiteit van Amsterdam moeten laten studeren. En zo kan
ik nog wel een paar namen bedenken. Maar waarschijnlijk is het voor hen die op
grote schaal schade aanbrengen al te laat. Na een bepaalde leeftijd leer je
niet meer zo gemakkelijk en wordt je manier van denken een patroon,
gerechtvaardigd door de herhaling. Het gaat er niet om dat je iets van de
wereld ziet, maar dat je iets van de wereld ervaart. Iemand die de halve wereld
is over gereisd kan beweren dat oorlogsmisdaden veroorzaakt worden door homo’s
in het leger, van de wereld heeft hij niets begrepen. Onwetendheid.
Waarschijnlijk ben
ik nu een beetje te naïef. Zes maanden in het buitenland had een Berlusconi,
een Wilders of een Sheehan vast niet veel verandert. Maar als zij die op hen
stemmen, zij die hen de macht geven, een ervaring in het buitenland hadden
gehad, zou het perspectief anders kunnen zijn. Het is immers kennis die de
onwetendheid tegen gaat. Misschien zou het moeilijker worden om stemmen te
winnen met de belofte dat kanker binnen drie jaar niet meer voorkomt of met een
oorlog met redenen die in scene zijn gezet.
Zijn de uitwisselingen
nuttig? Zelf heb ik nog 5 maanden van mijn uitwisseling te gaan en ik hoop dat
deze vijf maanden mij niet te veel leren over de wereld. Een verplichte
uitwisseling zou een eenvoudige en zelfs uitvoerbare manier zijn om de wereld
te verbeteren en deze naïviteit, hoop, en dit idealisme wil ik niet kwijt
raken. Dan blijf ik toch maar liever onwetend.
Terwijl ik gister
naar Perugia reed genoot ik nog vol op van de mimosa’s. In de harde wind gingen
de bomen als gele zeeën heen en weer. Met de zon op de ruiten werd het al snel
heet in de auto en ben ik gestopt om mijn jas uit te doen. Met mijn raampje op
een kier ben ik doorgereden. Toen ik vanmorgen mijn slaapkamer raam opendeed
voor wat frisse lucht schrok ik van de kou die naar binnen drong. Het zag er
allemaal nog heel mooi uit buiten… Om 12 uur begon het opeens te sneeuwen en
nu, om 10 voor 5 licht er minstens 12 centimeter sneeuw die onmiddellijk aan de
grond is vast gevroren en zijn de wegen onbegaanbaar. Dario belde en vertelde
dat hij er drie kwartier overheeft gedaan om van zijn werk naar huis te komen,
iets wat hij normaal in 15 minuten doet. Het is niet als de winter in
Nederland, maar ook hier in Italië roert maart zijn staart!
Hier is het per 1
maart lente geworden. De zon laat zich regelmatiger zien en zorgt dan meteen
voor een graadje of 20 en de bomen zitten vol knopen. De bebossing is nog grauw
en bruin en de lucht kleurt zich vaak in haar ijle, winterse blauw. Veel groen
is er nog niet maar toch is er al redelijk wat bloesem te zien. De narcissen
staan al een tijdje vol in bloei maar nu bloeien de perzikbomen en de mimosa
ook. De perzikbloesem is met haar zacht roze, fijne bloempjes heel romantisch.
Maar nog spectaculairder is de mimosa. Golvende gele zeeën zijn er ontstaan.
Helemaal als de zon er op staat lijken de bomen licht te geven. Een mooier
teken van het begin van de lente bestaat er niet.
Nu de lessen weer
begonnen zijn en de universiteit in volle gang is realiseer ik me opeens hoe
snel dit jaar voorbij aan het vliegen is. Over 6 maanden moet ik alweer in
Nederland beginnen en dat terwijl ik het idee heb dat ik nu pas begin te wennen
aan het idee dat ik hier in Italië ben.
Dit weekend was
ik op bezoek bij Valerio, een vriend van Dario die dicht bij Rome woont. Hij
heeft trouwens in de tuin 4 grote mimosa bomen bij elkaar staan wat echt heel
mooi is om te zien. En behalve de die mooie bomen heeft hij ook een heel
bijdehand neefje van drie. Toen we binnen kwamen vroeg z’n neefje meteen aan
mij hoe ik heette. “Dieuw” antwoordde ik. “Dio”?! (God?!) vroeg hij verbaasd.
Lachend heb ik uitgelegd dat het Dio maar Dieuw was. Later in de middag kwam
zijn moeder hem ophalen en zij Valerio “vertel eens aan mamma wie er op bezoek
is”. Heel even was hij stil, toen zij hij “Dario en Jezus, fijn hea!”
Europa in perspectief
reis
|
03 Februari 2010 | 20:19:17
De
perspectieven van Europa. Europa is geen land, geen eenheid. De manier waarop
je naar Europa kijkt wordt beïnvloed door de plek waar je vandaan kijkt. Voor
een Duitser is Europa anders dan voor een Nederlander. Geschiedenis en Politiek
spelen hierbij een grote rol.
Vandaag ben ik
terug gegaan naar Perugia. Meteen toen ik mijn kamer opendeed zag ik al dat er
een nieuw meisje is ingetrokken. Ramune uit Litouwen is twee weken geleden
vertrokken. Op het bureau lag nu een Italiaans- Tsjechisch woordenboek. Later
in de middag komt mijn nieuwe kamergenote binnen. Eerste indruk: slungelig.
Lang, mager meisje met slordig haar en een te grote bril. Tweede indruk:
vriendelijk, vrolijk. Ze spreekt redelijk Italiaans en kletst meteen in het
rond. Als ze vraagt waar ik vandaan kom is ze opgelucht als het Nederland blijkt
te zijn. “Met iemand uit Oost Europa wil ik geen kamer delen”. Verbaasd kijk ik
haar aan. Ik zeg het niet, maar denk het wel; ze komt zelf toch ook uit Oost
Europa?! Als ik vraag waarom niet antwoord ze dat de mensen daar onopgevoed en
onbeschoft zijn. Ik heb maar geantwoord dat het meisje voor haar uit Litouwen
kwam en dat die best aardig was.
Een andere
dimensie in Europa, een ander perspectief. Wie weet, misschien wordt het nog
interessant.
Wij houden van Berlusconi
reis
|
02 Februari 2010 | 19:43:50
Vandaag is er op
tv en in de kranten opeens een nieuwe reclame verschenen. Het gaat om een boek
dat binnenkort zal verschijnen. Het heet “noi amiamo Berlusconi” wat betekent:
wij houden van Berlusconi. Voor 9,90 koop je dit prachtige boek in alle kiosken
en tabakzaken. Op het dikke glimmende boek staat de titel geschreven in de
kleuren van Italië, en als je het openslaat vind je vele schitterende foto’s
van, natuurlijk, Berlusconi samen met zijn aanbidders. De foto’s verschillen,
op de één zie je Berlusconi met een jong Italiaans meisje dat hem een tekening
aanbiedt, op de ander Berlusconi hand in hand met een bekende voetballer. Wat
echter niet veranderd is die neppe, vast gezette, lach van de premier. Tijdens
het televisiespotje wordt er trots ingezoomd op een foto waar Berlusconi een 18
jarig, nieuw ontdekt, modelletje omarmt. Op de achtergrond ontbreekt het
volkslied van Italië, maar het scheelt niet veel. Wat een propaganda! Dieper en
dieper zakt Italië weg in de gekte. Elke keer weer een stukje ook als je bodem
allang bereikt lijkt te zijn.
Vanmorgen werd ik
wakker van geschreeuw onder mijn slaapkamerraam. Daniela stond tegen nonna Rita
te schreeuwen. Steeds harder werd het. Uit het raam kijkend zag ik de buurvrouw
langs de gordijnen naar de tuin onder mij gluren. Scheldwoorden vlogen de lucht
door die ik nooit eerder gehoord had. Na een kwartier houdt het op. Rita is
weg. Ontwijkend ben ik niet meteen naar beneden gegaan maar nadat het gestampvoet
was opgehouden ben ik toch maar gaan ontbijten. Wat blijkt; de 100 tulpenbollen
die ik mee had genomen stonden koel in de garage, klaar om gepland te worden. STONDEN
want Daniela kon ze vanochtend niet meer vinden. Na het hele huis overhoop
gehaald te hebben kwam Rita toevallig langs. In eerste instantie wist Rita van niks,
maar toen vroeg ze zich opeens af of die zak verrotte knoflook misschien geen
knoflook was. Ze vond het al zo vreemd dat niemand die zak weggegooid had… Ik had
me al de tuin voorgesteld vol met tulpen en Daniela had al tegen de buurvrouw
opgeschept, maar kan gebeuren. Door de Altzheimer is ze steeds meer in de war
dus boos kan je er niet over worden. Wel heel jammer.